Door: Team Stadszaken.nl

11 april 2020



NVTL: ‘Hoge eisen aan bouwen in de wei’


Volgens het Economisch Instituut voor de Bouw is bouwen in de wei een goede oplossing voor de woningnood. Daarbij gaat directeur Hoek echter voorbij aan de waarde van dit landschap en de behoeften van de woningzoekers, stellen Ben Kuipers en Jan Janse.


Ben Kuipers en Jan Janse, bestuur Nederlandse Vereniging van Tuin en Landschapsarchitecten (NVTL.), schreven deze opinie naar aanleiding van een interview met Taco Hoek in dagblad Trouw op 12 maart 2020.

‘Als we pragmatisch omgaan met ruimtelijke ordening en geen eisen aan de woningbouw stapelen kunnen we voldoende betaalbare, aantrekkelijke woningen bouwen’ stelt directeur Economisch Instituut voor de Bouw Taco Hoek in dagblad Trouw van 12 maart. Hij beweert dat er ook groene ruimte is - weilanden, geen uniek landschap - die er beter van wordt als je er woningen bouwt. En daar moeten dan de huizen met de tuintjes worden gebouwd waar de markt volgens Taco om schreeuwt. Met niet te hoge duurzaamheidsambities om de bouwkosten laag te houden.

Jammer dat Taco geen concrete voorbeelden noemt van de weilanden die er beter van worden als ze bebouwd worden. Maar het meest storend is toch wel de eenzijdige en beperkte visie van de directeur van zo’n belangwekkend instituut. Met een nadruk op snel en goedkoop bouwen van rijtjeshuizen in de wei wordt voorbij gegaan aan het feit dat de bewoningsdichtheid van de huizen met tuinen nog nooit zo laag geweest is.

Woningnood

Hoe groot is nu eigenlijk echt de woningnood? Wordt die niet vooral bepaald door de kapitaalmarkt (met een uiterst lage rente) dan door een daadwerkelijk tekort aan woningen? En is het rijtjeshuis nu echt de belangrijkste woonvorm voor de toekomst? Woningen bouwen waar de één- en twee persoonshuishoudens naar zouden willen doorstromen zou wel eens veel effectiever kunnen zijn. Veel mensen willen een buitenruimte en contact met de straat maar ook het comfort van de stad. Architecten ontwikkelen nieuwe compacte stadswoningen die een prima alternatief bieden voor het rijtjeshuis. En de extra kosten van duurzaamheidsvoorzieningen vermijden door van veel maatregelen af te zien, is ronduit korte-termijnwijsheid.

Als het echt nodig is, zou de overheid hier financieel over de brug moeten kunnen komen. Of de ontwikkelaar moet genoegen nemen met een bescheidener winst. De vraag is wel waar de woningprijs door wordt bepaald. Laten we bouwen ‘in de wei’ niet voorshands categorisch afwijzen maar laten we wel hoge eisen blijven stellen. Besteed ook aandacht aan het bouwen in de stad op een manier waarbij hoogwaardige openbare ruimten ontstaan die zijn verbonden met het buitengebied. Werk aan herbestemming van de nog steeds leegstaande kantoren (tot 12 procent staat leeg). Toon verder aan dat het landschap er ook beter van wordt als je er bouwt.

Landschapskwaliteit

Nog steeds neemt volgens cijfers van het Ruimtelijk Planbureau de open ruimte in Nederland met 8 hectare af ‘per dag’. Landschapsarchitecten zijn geen bouwers maar kunnen wel goed nadenken over de kwaliteit van het huidige landschap en het creëren van meerwaarde in nieuwe woonomgevingen. Wat is nodig voor een leefbare stad waar je als bewoner je nog steeds thuisvoelt? Wat is de kwaliteit van het landschap waarin je werkt, recreëert of sport? Of waar je gewoon geniet van het fluiten van de vogels of de koe in de wei?

Wij dagen de bouwwereld uit om in gesprek te gaan over hoe het anders en beter kan.