Door: Team Stadszaken.nl

29 januari 2020



Klein land, grote keuzes

Nederland in 2050; wie hakt de knoop door?


In het vorige week gepresenteerde rapport Klein land, grote keuzes schetst denktank DenkWerk de toekomst van Nederland en de economisch-ruimtelijke keuzes die gemaakt moeten worden om ons land toekomstbestendig te maken. Baanbrekend zijn de ideeën voor de vakwereld niet, een interessante toevoeging in het warm houden van de discussie wellicht wel. Belangrijk is dat iemand de knoop doorhakt in de vele ruimtelijke uitdagingen waar we voor staan. Snijdt het rapport hout? We vroegen een aantal deskundigen uit overheid, markt en wetenschap naar hun mening.


In ‘Klein land, grote keuzes’ is de aandacht verdeeld over de thema’s wonen, energie en mobiliteit. Daarin zet DenkWerk in op woningbouw buiten de steden, waarbij het Groene Hart niet wordt geschuwd, een verschuiving van de bouw van appartementen naar eengezinswoningen, slímme in plaats van meer infrastructuur (met een hoofdrol voor snelbussen) en andere energiebronnen dan zonne- en windenergie (vanwege de vele ruimte die deze innemen). Ook heeft ons land een ‘nieuwe, hernieuwde centrale regie’ nodig, aldus de denktank.

Met deze thema’s biedt de denktank een breed perspectief op de ruimtelijk toekomst van Nederland. Tegelijkertijd is het rapport verre van uniek in zijn soort. Eerder publiceerden bijvoorbeeld het College van Rijksadviseurs en de Wageningen University & Research (WUR) gelijkende visies, met respectievelijk het ‘Panorama Nederland’ en ‘Nederland in 2120’. Ook het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) buigt zich met regelmaat over de ruimtelijke toekomst van Nederland, recentelijk bijvoorbeeld met het onderzoek ‘Zorg voor Landschap, naar een landschapsinclusief omgevingsbeleid’.  

Claudia Hanemaaijer – van Hasselt, adviseur Ruimte Wonen & Economie bij TwynstraGudde

‘Het is goed dat er een rapport ligt met een landelijke blik waarin kritisch wordt gekeken naar de huidige (soms ad-hoc) oplossingen en nieuwe denkrichtingen die worden voorgesteld. Als je door de bril van grondgebruik kijkt, wordt het des te duidelijker dat de huidige woningbehoefte een multidisciplinair vraagstuk is. Die complexiteit vraagt om een integrale en strategische aanpak op landelijk niveau. Eerst moeten de juiste strategische keuzes landelijk worden gemaakt. Pas dan kun je komen tot innovatieve oplossingen die ook op de lange termijn effectief zijn.

De belangrijkste vraag die we ons moeten stellen is: ‘hoe gaan we dit doen?’. Markt en overheid zullen moeten samenwerken op zowel landelijk, regionaal als gemeentelijk niveau. In het rapport zie je een duidelijke keuze voor radicale wijziging van de aansturing van het ruimtelijk beleid.  De centrale overheid moet de regie herpakken voor het bepalen van het ruimtelijk  'wat' en de keuze over het 'hoe' wordt decentraal gemaakt. Wij onderschrijven deze keuze van harte. Daarmee krijgen ook de regio’s buiten de randstad de mogelijkheid zich duurzaam te ontwikkelen met behoud van hun eigen culturele eigenheid.

‘De woningen worden op dit moment vooral binnenstedelijk geprogrammeerd en gerealiseerd. Grote gemeenten in de Randstad voelen zich verantwoordelijk om een bijdrage te leveren aan de woningvraag. Het rapport geeft al aan dat het niet gaat passen om alles binnenstedelijk op te lossen. Het is een kwestie van én-én. Daarbij blijft het de vraag of je hiermee wel de juiste invulling geeft aan de behoefte. Als simpelweg de vraag naar eengezinswoningen het grootst is, moeten we niet alleen appartementen gaan bouwen. Dit levert op de korte termijn, maar zeker ook op de lange termijn een mismatch op die niet zomaar omkeerbaar is. Daarbij is binnenstedelijke herstructurering vele malen complexer en duurder dan bouwen op uitleglocaties of aan de rand van de stad. Binnenstedelijk bouwen kost vaak meer tijd en levert een minder grote grondwaardestijging op.’

‘Terwijl deze grondwaardestijging juist moet worden gebruikt voor nieuwe investeringen zoals de voorgestelde natuurontwikkeling, energietransitie en mobiliteit. Je moet dan wel zorgen dat deze grondwaardestijging op de juiste plek terechtkomt. Dit vereist een actieve rol van de overheid. Actief grondbeleid daar waar het kan en vergaand kostenverhaal daar waar het moet. Als de overheid denkt deze grote opgaves via faciliterend grondbeleid te kunnen realiseren, dan komen ze van een koude kermis thuis. De waardestijging vloeit dan weg en daarmee wordt bijvoorbeeld de transformatie van landbouw naar meer natuur onbetaalbaar. Als we nu de juiste keuzes maken en als de overheid bereid is een actieve rol hierin te nemen, hebben we daar in Nederland later profijt van.’

Edwin Buitelaar, hoogleraar Universiteit Utrecht en onderzoeker bij het PBL

‘Ik moedig het van harte aan dat er in verschillende rapporten verschillende visies op de ruimtelijke toekomst van Nederland worden gegeven. Tegelijkertijd heb ik op sommige punten wel mijn twijfels bij de feitelijke onderbouwing van het rapport, met name ten aanzien van de woningbouw.’

‘Allereerst gaat de denktank bij het formuleren van haar visie uit van het hoogste scenario voor huishoudensontwikkeling. Dat is opvallend, want scenario’s zijn er juist om de onzekerheid en een bandbreedte te tonen.’

‘Ten tweede beroept het rapport zich op eerder onderzoek door het PBL bij de stelling dat slechts 35 procent van de woningbehoefte binnenstedelijk gerealiseerd kan worden, terwijl wij dat helemaal niet zo stellig zeggen. Die 35 procent die wij noemen is het gevolg van (politieke) keuzes en ligt dus niet vast. Als je ervoor kiest om met hogere dichtheden te bouwen of om in bestaande wijken te verdichten, loopt het percentage op.’

‘Ten derde rijmt het idee dat mensen vooral eengezinswoningen buiten de stad willen niet met de werkelijkheid. Dat idee komt onder andere uit een onderzoek door de Vereniging voor ontwikkelaars & bouwondernemers, de NVB. Als je mensen vraagt hoe ze willen wonen, geven ze inderdaad aan dat ze graag ruim zouden wonen met een tuin, maar in de praktijk kiezen ze toch voor de stad. Daar zijn voorzieningen, daar is werk. Maar dan betekent het vaak wel dat je in moet leveren op ruimte. Het is niet voor niets dat steden de hoogste woonprijzen per vierkante meter hebben. De vraag is daar het grootst.’

‘Dan over de rol van het Rijk. Er lijkt een nogal sterk geloof in het oplossend vermogen van de Rijksoverheid. In het rapport wordt gepleit voor sterkere nationale regie, maar ik vraag me af hoeveel soelaas dat in de praktijk zou bieden. Er wordt gesuggereerd dat het allemaal wel goed komt als het Rijk zich er mee gaat bemoeien, maar veel factoren die nu voor achterlopende bouwproductie zorgen kunnen helemaal niet door het Rijk worden gestuurd. Neem bijvoorbeeld hoge bouwkosten en een gebrek aan bouwvakkers. Als het Rijk nu bouwlocaties aan zou wijzen, of dat nou binnen- of buitenstedelijk is, is dat probleem nog steeds niet verholpen.’

‘Al met al verwacht ik dat de huidige koers van binnenstedelijk bouwen zich door zal zetten. Daar is de afgelopen jaren flink op ingezet en de meeste planontwikkeling is binnenstedelijk. Als je nu buitenstedelijke locaties – overigens zijn die er nu ook al volop, er wordt echt niet alleen maar binnenstedelijk gebouwd – aan zou wijzen, staan daar niet meteen woningen. Je moet het hele planproces dan nog doorlopen, dus daar plukken we de komende vijf jaar in ieder geval de vruchten niet van.’

Jos Gadet, hoofdplanoloog gemeente Amsterdam

‘Gezien de enorme ambities wat betreft duurzaamheid, de stikstof en pfas-problematiek, en de personele krapte op de bouwmarkt, is het pleidooi van DenkWerk in haar rapport Klein land, grote keuzes voor de terugkeer van een nationaal ruimtelijke ordeningsbeleid zeer welkom. Dit direct doorvertalen naar het afpoetsen van het groeikernenbeleid uit de jaren ’70 zou echter rampzalig zijn. Dit zorgt niet alleen voor grotere forensenstromen met de daarbij horende stevige milieubelasting en toenemende infrastructurele infarcten, het holt bovendien de toch al suboptimale agglomeratiekracht van Nederlandse steden als Amsterdam, Utrecht en Eindhoven uit.’

‘Het verdichten van deze (en enkele andere) steden vergroot juist de (economische, sociale en ecologische) voordelen van concentratie en specialisatie van bedrijvigheid, van omvang en veelsoortigheid van bevolking, van het delen van voorzieningen en diensten, van het vergemakkelijken van matching van arbeidspotentieel en het aanbod van banen, en van het uitwisselen van kennis.’

‘De bekende Amerikaanse econoom Paul Krugman heeft in dit verband gewezen op de nadelige sociaaleconomische effecten van suburbane woningbouw in de VS, en het Planbureau voor de Leefomgeving heeft er voor Nederland uitspraken over gedaan. Een recent advies van de OESO aan Amsterdam is zelfs om stevig te verdichten en sprawl tegen te gaan.’

‘Er zijn meerdere, overigens interfererende, redenen waarom de woningprijzen in de steden de pan uitrijzen. Maar de essentie blijft dat de vraag vele malen groter is dan het aanbod. Een nieuw groeikernenbeleid laat de stedelijk gerichte huishoudens flink in de kou staan, remt de banenmotor van de nationale economie af, en vergroot de ecologische voetafdruk van Nederlanders.’

Het rapport Klein land, grote keuzes is te vinden via deze link: https://denkwerk.online/rapporten/klein-land-grote-keuzes-januari-2020/