Door: Team Stadszaken.nl

22 juni 2018


Foto: Raimond de Prez

Oud-wethouder gemeente Delft Raimond de Prez

Tweede corporatiesector voor hen die tussen de wal en schip vallen


Geen mens in Nederland heeft de ambitie om in een krot te wonen. Toch gaat het op tal van vlakken mis op de woningmarkt. Laten we de markt z’n gang gaan, of gaan overheden de strijd aan? Wat oud-wethouder Stedelijke Vernieuwing van de gemeente Delft Raimond de Prez betreft het laatste. Hij schreef een afscheidsessay waarin hij pleit voor een tweede corporatiesector en nog tal van maatregelen waarmee overheden weer regie kunnen krijgen over de woningmarkt. 


Een tweede corporatiesector lijkt misschien tegenstrijdig. De voorbije jaren hebben we juist een terugtredende overheid gezien, met bijvoorbeeld in steeds meer steden afscheid van het actieve grondbeleid. Maar het afscheid van actief grondbeleid betekent wat mij betreft nadrukkelijk niet: ‘we laten de boel de boel’. Of: ‘we laten de markt z’n gang gaan’. Dat is een denkfout en fnuikend voor de lange termijn. Gemeenten en andere overheden, Den Haag incluis, lijken soms te vergeten dat ze nog wel degelijk adequate wapens in handen hebben.

Daarbij zou het wat mij betreft verder moeten gaan dan ‘goedkoop stenen stapelen’. Zo kunnen overheden bijvoorbeeld veel beter samenwerken om meer locaties aantrekkelijk te maken voor woningbouw. De Randstad blijft altijd in trek, maar met lagere parkeernormen (en dus meer ruimte om te wonen), en de aanleg van een fijnmazig OV-netwerk, zodat afstand minder belangrijk wordt dan reistijd, kun je wel nieuwe, aantrekkelijke woonlocaties ontsluiten.

Actieve woningpolitiek en een tweede corporatiesector

Bij actieve woningpolitiek hoort het gebruiken van je invloed op weg naar wenselijke ontwikkelingen. Bijvoorbeeld bij het vaststellen van bestemmingsplannen. Zo kan een gemeente een verlaagde grondprijs rekenen en prestatieafspraken (over middeldure huur) maken in het verlengde van een woonvisie.

Dat wordt opgenomen in het bestemmingsplan, waarbij woningen beschikbaar blijven en een gematigde huurontwikkeling kennen. Een andere mogelijkheid is toestemming om te bouwen onder de liberalisatiegrens – de verhuurheffing moet helemaal van tafel. De borging van dit soort maatregelen kan een plek krijgen in de tweede corporatiesector. Dat wordt een instelling met toezicht en een bijzondere opdracht: het huisvesten van middeninkomens.

'Wist u dat de huidige corporaties sinds de nieuwe Woningwet mogen ontwikkelen in het middenhuursegment?'

Daarbij wil ik ook nog wijzen op een ander marktfalen. Wist u dat de huidige corporaties sinds de nieuwe Woningwet mogen ontwikkelen in het middenhuursegment? Waarschijnlijk niet. Want het gebeurt niet, of heel weinig. Juist het rijk maakte het mogelijk dat corporaties, weliswaar zonder staatssteun, woningen met een huur boven de 710 euro mogen verhuren. Ook hier zien we dat ‘de markt het niet oppakt’ en er een gat ontstaat.

Zo missen we de broodnodige duurzame bestendiging van een segment waar wel behoefte en vraag naar is. Als de huidige corporaties dit al niet oppakken, met wie kan ik dan wel langjarige afspraken maken over inzet in het middensegment? Daarom zeg ik: laat de huidige corporaties weer investeren in de mensen die het nodig hebben en in het opwaarderen van hun woningvoorraad. En laat de middenhuur-corporatie investeren in de aantallen en kwaliteit voor de middengroepen.

Overheidsmaatregelen om in te grijpen

Qua systeem:

Qua financiële maatregelen:

Qua fysieke maatregelen:

Nederland is een rijk land, blijkt uit talloze internationale lijstjes. Tegelijkertijd voelen veel mensen zich helemaal niet rijk, of zien het leeuwendeel van hun inkomsten verdwijnen in hun woning. Als we de huidige situatie laten voortsudderen, bouwen we binnenkort weer nieuwe krotwoningen, die dan over ruim een eeuw zijn te bezichtigen in het Openluchtmuseum.

Of we krijgen toestanden als in Lissabon, waar ooit tussen de dicht opeengepakte huizen en kronkelende stegen van Alfama de ziel van het stadse leven hartverscheurend bezongen werd. Maar waar nu alleen de fado te horen is van de rolkoffers. Kijk ook naar Londen, Amsterdam, maar ook Auckland of Budapest, waar buitenlandse kapitalisten voor astronomische bedragen vastgoed opkopen. En zie wat er gebeurt: door internationaal flitskapitaal is het voor de gewone lokale bewoner onmogelijk geworden om een normale woning te kopen. De passant, op zoek naar wat er ooit geweest zou moeten zijn, verward achterlatend. Met huizen als donkere kluizen, om het verre kapitaal van de rijksten te bergen en nog verder te laten groeien. Dat moeten we niet willen.

Zeg je Calimerogedrag vaarwel

Daarom een oproep aan alle overheden: zeg je Calimerogedrag – investeerders bepalen de woningprijzen – vaarwel. En doe als overheid op woongebied waar je ooit voor bent aangesteld: wees een integer marktmeester, zorg dat mensen een fatsoenlijk dak boven hun hoofd hebben. Laat de woning weer een lokaal verblijfsgoed of woonplek zijn in plaats van een aandeel. Dat is geen kwestie van smaak of politieke voorkeur; dat is een kwestie van beschaving.

'Niemand heeft wat aan een stad van voorbijgangers.'

Daarom een oproep aan de Delftse en Nederlandse politiek: Delft ís internationaal, maar ís geen Amsterdam of Londen of Lissabon. Stel je teweer tegenover tendensen waar woningen (internationaal) verhandelbare aandelen worden. Laat de huizen niet naar de hoogste bieder gaan, maar weer bewoond worden door mensen die de samenleving maken. Want zeg nou eerlijk: niemand heeft wat aan een stad van voorbijgangers. De mooiste steden ontstonden langs rivieren omdat mensen zich wilden settelen, er wilden blijven. Een museum heeft bezoekers, een levende stad heeft betrokken inwoners.’

Het complete essay van Raimond de Prez downloadt u hier.

Lees ook: 'Geef lucht aan middenhuur, bouw hypotheekrenteaftrek af naar nul'