Door: Team Stadszaken.nl

05 maart 2020


Foto: Stec Groep

In 4 stappen naar succesvolle implementatie van de Omgevingswet


De Omgevingswet komt snel dichterbij. Het moet eenvoudiger, beter en met meer ruimte voor initiatief, maar de wet alleen gaat hier niet voor zorgen. Andere en betere werkwijzen zijn nodig. Adviesbureau Stec Groep presenteert vier tips voor gemeenten voor een goede implementatie van de Omgevingswet.


Begin februari dit jaar stemde de Eerste Kamer in met de Invoeringswet Omgevingswet. De inwerkingtreding van de Omgevingswet in 2021 was daarmee weer een stap dichterbij. Tegelijkertijd bleek uit eerder onderzoek dat de helft van gemeenten worstelt met ruimtelijke ordening onder de nieuwe wet. Gemeenten gaven aan niet te weten of het gaat lukken om RO-thema’s zoals meer flexibiliteit en afwegingsruimte en het variëren en optimaliseren van eindtijden te implementeren.

‘Er komt erg veel op gemeenten af,’ zegt Bouke Timmen, adviseur bij Stec Groep. ‘Ruimtelijke ordening moet met de Omgevingswet eenvoudiger, beter en integraler, maar dat vergt wel flink wat van gemeenten. Het vergt naast de wet zelf een andere manier van werken.’. Voor gemeenten geldt een overgangsfase tot uiterlijk 2029, maar nu stappen zetten voorkomt opstapeling en leidt uiteindelijk tot beter ruimtelijk beleid.

Die andere manier van werken, hoe doe je dat dus precies, zonder dat je door de bomen het bos niet meer ziet? Hier tips voor gemeenten, opdat de overstap naar de nieuwe wetgeving soepel kan verlopen.

1. Bepaal de stuurstijl en differentieer naar gebieden en opgaven

Naast de wet zelf vraagt een succesvolle implementatie van de Omgevingswet om aandacht voor werkwijzen. Hieronder verstaan we een slimme inzet van instrumenten zoals omgevingsvisie en het omgevingsplan in combinatie met een passende houding en goede (digitale) ondersteuning. Dit begint met een bepalen van je gemeentelijke stuurstijl.

Timmen: ‘Voordat je aan de slag gaat met het instrumentarium, moet je de positie van je gemeente goed duiden. Nu wordt die stap te vaak overgeslagen en direct gestart met de meer technische uitwerking van instrumenten.’ Vragen die gesteld moeten worden bij de positionering zijn bijvoorbeeld: wat zijn ambities, opgaven en cultuur in je gemeente: is er veel ontwikkeldynamiek? Is er een duidelijk eindbeeld voor een gebied of kunnen ontwikkelingen nog verschillende kanten op? Wilt u veel ruimte voor initiatief bieden en op welke plekken? Hoe wil je participatie vormgeven? Is een actieve rol van de gemeente nodig?

De gemeentelijke stuurstijl is geen eenheidsworst maar zal per gebied verschillen. Een gebiedsgerichte aanpak biedt dan uitkomst. Bovendien faciliteert dit het maken van integrale afwegingen. Liefst maken gemeenten daarvoor in de omgevingsvisie onderscheid tussen gebiedstypen met elk eigen kernwaarden, opgaven en vervolgens ook spelregels. Bijvoorbeeld ontwikkelgebieden met ruimte voor ontwikkeling, conserveringsgebieden waar de nadruk ligt op beschermen en experimenteerzones voor organische gebiedsontwikkelingen.

2. Werk vanuit omgevingsvisie en opa’s stap-voor-stap naar het omgevingsplan

Als gemeente heb je tot 2024 de tijd om de omgevingsvisie te maken. ‘Zie de omgevingsvisie niet als moetje maar als kans om werkwijzen te verbeteren,’ zegt Timmen. ‘Een omgevingsvisie waarin heldere keuzes worden gemaakt helpt integrale afwegingen te maken op het niveau van de gemeente en biedt duidelijkheid aan initiatiefnemers.’ Ook is dan helder wat in het omgevingsplan geregeld moet worden qua type planregels; bijvoorbeeld specifiek, ruim of globaal. Maar ook hoe de inzet van omgevingsplanactiviteitvergunningen (opa’s) werkwijzen ondersteunt. Kortom: de omgevingsvisie is een belangrijke bouwsteen voor de verdere implementatie van de wet.

Bij de inwerkingtreding van de Omgevingswet worden alle nu geldende bestemmingsplannen automatisch één omgevingsplan van rechtswege (tijdelijk deel). Voor het uiteindelijke omgevingsplan - met keuzes over de bruidsschat en integratie van decentrale regels – hebben gemeenten tot 2029 de tijd. Tijdens deze overgangsfase is een werkwijze met een sterke omgevingsvisie en buitenplanse opa’s volgens Stec Groep denkbaar. Zolang het omgevingsplan nog niet gereed is, zal dit voor veel gemeenten een pragmatische route zijn.

In de ogen van  is het echter wenselijk om nu werk te maken van het omgevingsplan. Dit kan stap-voor-stap. In het omgevingsplan kun je namelijk de spelregels vastleggen, terwijl dit bij buitenplanse opa’s niet kan. Het gaat dan bijvoorbeeld om flexibiliteitsbepalingen in het omgevingsplan zelf en bewuste keuzes voor het werken met verschillende typen opa’s. Dit is cruciaal voor betere werkwijzen onder de Omgevingswet. Door slim gebruik te maken van opa’s ontstaan kansen voor het werken met globale plannen, het adaptief blijven in programmering door nadere afwegingsmomenten in te bouwen, en te werken vanuit een salderingsbenadering..

3. Stel monitoring centraal bij implementatie (nieuwe) werkwijzen

We noemden zojuist al het werken met opa’s als onderdeel van werkwijzen onder de Omgevingswet. De Omgevingswet biedt namelijk de mogelijkheid – en soms de verplichting – om te werken met binnenplanse en buitenplanse opa’s. Bij de buitenplanse opa wordt een nieuwe afweging gemaakt.

‘Onder de Omgevingswet geldt in principe: zo veel mogelijk vergunningvrij. Als gemeente kun je er bewust voor kiezen om in bepaalde gevallen juist wel een vergunningsplicht in te voeren,’ zegt Timmen. ‘Dat kan in verschillende gradaties. Je kan bijvoorbeeld vragen om een onderzoek naar nut en noodzaak op het moment dat een initiatief zich aandient, of een meldings- of informatieplicht invoeren.’

Volgens Timmen is het voordeel van die keuzevrijheid voor gemeenten  dat er meer mogelijkheden ontstaan om aan te sluiten bij de opgaven in een gebied.. ‘Het biedt bijvoorbeeld ruimte aan verschillende vormen van gebiedsontwikkeling, van organisch tot meer planmatig.’ Benutting van dit potentieel valt of staat bij goede monitoring van wat al heeft plaatsgevonden in een gebied: welke (planologische) mogelijkheden zijn er? Welke onderzoeken zijn beschikbaar? Wat moet een initiatiefnemers nog doen? Timmen: ‘Monitoring moet daarom niet langer het sluitstuk van omgevingsbeleid zijn, maar juist de kern.’

4. Samen optrekken in de regio bij vormgeven en implementatie werkwijzen

Stec Groep adviseert actief de samenwerking op te zoeken met gemeenten in de regio en de provincie. Trek bijvoorbeeld gezamenlijk op bij het ontwikkelen van werkwijzen op gemeentegrensoverschrijdende thema’s. Denk bijvoorbeeld aan het samen opzetten van monitoring zodat dit op een vergelijkbare en eenduidige manier gebeurt, of standaarden ontwikkelen voor omgevingsplannen om duidelijkheid te creëren voor initiatiefnemers in de regio. De provincie kan gemeenten helpen het potentieel van de Omgevingswet te benutten door het speelveld te creëren en werkwijzen te borgen.

Het volledig onderzoek van Stec Groep kunt u hier gratis opvragen