Door: Katja Zweerus

29 juni 2019



Na zes jaar bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’ eindelijk afgerond


De gemeente Appingedam heeft toestemming reguliere detailhandel te weren van het Woonplein, gelegen buiten het centrum van de stad. Het is wel toegestaan dat daar detailhandel in omvangrijke artikelen vestigt. Dat is blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze uitspraak is de langverwachte afronding van een juridische procedure over het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’.


Voorgeschiedenis

Het Woonplein, aan de rand van Appingedam, is een winkelgebied waar enkel omvangrijke detailhandel (meubelzaken, keukenwinkels en bouwmarkten) zich mag vestigen. Dat is de brancheringsregeling die de gemeenteraad in het bestemmingsplan heeft vastgelegd. De gemeente staat niet langer toe dat reguliere detailhandel op het Woonplein terechtkomt. Dit om te voorkomen dat het stadscentrum straks mogelijk met leegstand kampt.

De eigenaar van een winkelpand op het Woonplein was van plan de bovenverdieping te verhuren aan een schoenen- en kledingwinkel, reguliere detailhandel. Dat staat het bestemmingsplan niet toe. De winkelpandeigenaar vocht deze regeling aan door in beroep te gaan bij de Afdeling bestuursrechtspraak.

Eisen Hof van Justitie in Luxemburg

De Afdeling bestuursrechtspraak heeft in januari 2016 zogeheten prejudiciële vragen gesteld aan het Hof van Justitie in Luxemburg. Dit om erachter te komen of de brancheringsregeling wel binnen een juiste aanpak van de gemeente valt.  Luxemburg oordeelde in januari 2018 dat deze regeling niet per se in gaat tegen de Europese Dienstenrichtlijn, maar dat er wel een aantal voorwaarden aan hangen: de regeling moet (1) noodzakelijk zijn, en (2) evenredig. Dat laatste wil zeggen dat de regeling niet verder gaat dan nodig om het doel te bereiken.

Voldoet casus Woonplein aan deze voorwaarden?

De Afdeling bestuursrechtspraak veilde in juni 2018 een tussenoordeel: de gemeenteraad van Appingedam had de noodzaak van de regeling voldoende aangetoond. De gemeenteraad had volgens de Afdeling bestuursrechtspraak echter niet voldoende kunnen hardmaken dat het toestaan van reguliere detailhandel op het Woonplein ervoor zou zorgen dat het centrumgebied minder compact en vitaal wordt. Dit had onderbouwd moeten worden met behulp van een analyse. Deze analyse ontbrak. Om die reden bleef het vooralsnog onduidelijk of de brancheringsregeling wel effectief en evenredig is. Appingedam kreeg zes maanden de tijd om dit alsnog, aan de hand van een analyse, te verduidelijken.

Eindoordeel

Appingedam heeft na deze uitspraak in juni 2018 een onderzoek laten uitvoeren door deskundigen naar de gevolgen voor het centrum van het weren van reguliere detailhandel op het Woonplein. Op 25 juli 2019, heeft de Afdeling bestuursrechtspraak een oordeel geveild: de brancheringsregeling in Appingedam is evenredig en gaat dus niet verder dan nodig om het doel te bereiken. Het centrum kan mogelijk winkelleegstand en afname in levendigheid verwachten wanneer er op het Woonplein reguliere detailhandel toegestaan wordt. In andere woorden: de regel om reguliere detailhandel op het Woonplein te voorkomen is als aanvaardbaar beschouwd en blijft in stand. De procedure over het bestemmingsplan ‘Stad Appingedam’ is daarmee besloten, zes jaar na vaststelling van het bestemmingsplan.