Door: Anita Nijboer

03 januari 2019



Spelen met vuur


Met Oud & Nieuw zijn er door het gehele land vreugdevuren. Het is traditie, het is gezellig, het is feest. De vreugdevuren in Duindorp en Scheveningen zijn zelfs toegevoegd op de inventarisatielijst van Cultureel Erfgoed in Nederland. Niet iets wat ik direct zou willen laten verbieden. In Scheveningen ging het dit jaar echter mis.


Vonken van het vuur werden Scheveningen ingeblazen en veroorzaakten branden met flinke schade tot gevolg. De burgemeester verklaarde dat geen vergunning is verleend aan de organisatoren voor de vreugdevuren maar dat harde afspraken zijn gemaakt over onder meer de massa, het volume  en de hoogte van de stapels. De organisatie zou zich niet aan deze afspraken hebben gehouden.

Uit raadsstukken van een aantal maanden geleden blijkt dat de mogelijkheid dat het mis kon gaan nu niet bepaald een verassing is. Hierin staat bijvoorbeeld dat het uiterste van wat nog verantwoord is inmiddels is bereikt én dat strikte veiligheidsmaatregelen mogelijk zijn.

'De afgelopen jaarwisseling heeft nog eens heel duidelijk laten zien, dat we met de vuurstapels op Scheveningen - mede door de onvoorspelbaarheid van het weer - momenteel op het uiterste zitten van wat op een verantwoorde manier mogelijk is. (…) Recente berekeningen hebben uitgewezen dat de huidige locatie nog steeds mogelijk is, maar wel onder strikte veiligheidsmaatregelen. (…) Ook in de opbouwfase staan we voortdurend in contact met de organisatoren en de bewoners, zodat we snel kunnen inspelen op actuele ontwikkelingen als de situatie daarom vraagt.' Zie het beleidskader jaarwisseling van de gemeente Den Haag van september 2018

Wilt u op dit artikel  reageren? Ga dan naar onze nieuwe LinkedIn-pagina.

Wat ging hier nu mis?

Even een zijpad. Eén van mijn cliënten heeft een fabriek waarin wordt gewerkt met brandbaar materiaal. Deze fabriek heeft voor deze werkzaamheden een vergunning nodig. In deze vergunning staan allerlei voorschriften waaraan voldaan moet worden. Hier gaan uitgebreide onderzoeken aan vooraf. Tegen de vergunning kunnen belanghebbenden opkomen bij de bestuursrechter. Na vergunningverlening wordt stelselmatig gecontroleerd of de voorgeschreven voorzieningen aanwezig zijn en men zich aan alle voorschriften houdt. Indien dat niet het geval zou zijn, wordt er gewaarschuwd of wordt handhavend opgetreden.

In het algemeen geldt dat naarmate een overtreding ernstiger zou zijn en/of het risico hoger is er strenger wordt opgetreden, bijvoorbeeld door werkzaamheden stil te leggen.

Is dit nu allemaal anders wanneer er een vreugdevuur wordt georganiseerd? Natuurlijk niet.

Zoals blijkt uit een uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling) had de gemeenteraad van Den Haag  in 1990 al een bepaling toegevoegd aan de APV om effectiever op te kunnen treden tegen vreugdevuren[1]. In de huidige APV is in artikel 5:34 APV een verbod opgenomen om in de open lucht afvalstoffen te verbranden. Hiervan kan de burgemeester een ontheffing verlenen.

De Afdeling heeft in 2005 en 2006 geoordeeld dat een vreugdevuur te kwalificeren is als het zich ontdoen van afvalstoffen[2].

Er geldt dus een ontheffingsplicht. Tegen zo’n ontheffing kunnen belanghebbenden opkomen. Deze belanghebbenden kunnen in een procedure de uitgangspunten/berekeningen aan de kaak stellen en vragen om een voorziening. Zie bijvoorbeeld een uitspraak van de voorzitter van de Afdeling waarbij de voorziening is getroffen dat het vreugdevuur niet wordt aangestoken bij een bepaalde windrichting[3].  

Vervolgens kan tijdens de bouw toezicht plaatsvinden op de bouw in overeenstemming met de ontheffing (materiaal, hoogte, oppervlakte, locatie, et cetera) en naleving van de ontheffing worden afgedwongen door bijvoorbeeld te bepalen dat een deel weer moet worden afgebroken of dat het vuur niet mag worden ontstoken zolang de stapel niet voldoet aan de ontheffing.

De burgemeester heeft in de plaats daarvan geen ontheffing verleend maar afspraken gemaakt, en daarbij de bestuursrechtelijke weg doorkruist. Daarnaast is er kennelijk onvoldoende toezicht gehouden op de bouw dan wel is onvoldoende adequaat ingegrepen toen bleek dat de toren niet voldeed aan de afspraken. Volgens de laatste berichtgeving vanuit de gemeente had dit niets te maken met de vrees voor ongeregeldheden dus waarom er niet voor is gezorgd dat men zich hield aan de afspraken is mij een raadsel.

Hoe dan ook heeft de gemeente met vuur gespeeld door zich niet te houden aan haar eigen regelgeving en handhavingsbeleid.

 

[1] Vz AbRvS 28 december 1990, ECLI:NL:RVS:1990:AH3434
[2] Vz AbRvS 21 november 2006 (LJN:AZ3195) en 19 oktober 2005 (LJN: AU4570
[3] Vz AbRvS 21 december 2004, ECLI:NL:RVS:2004:AR8368