Door: Team Stadszaken.nl

02 november 2018



Hoe de NOVI kan bijdragen aan een duurzamer en inclusiever Nederland


De grote uitdagingen in ons vakgebied – toenemende regionale verschillen, duurzame verstedelijking, de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit – vragen om nationale sturing in een nationale visie.Jos van Heest en Maarten Kruger van Bureau BUITEN schetsen hoe de NOVI kan bijdragen aan een inclusievere en duurzamere economische groei.


Dit is een verkorte versie van het artikel 'Grote ruimtelijke en maatschappelijke uitdagingen vragen om ambitie,' dat eerder in ROm 10, oktober 2018 verscheen. Vakblad ROm is gratis voor ambtenaren ruimte, infrastructuur en milieu bij de rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Word nu abonnee.

In deze bijdrage schetsen wij waarom het belangrijk is dat het Rijk een actieve rol neemt in de duurzame en inclusieve groei van Nederland en hoe dit in de NOVI kan worden ingebed. Toenemende regionale verschillen in Nederland, duurzame verstedelijking en de woningbouwopgave, de energietransitie, klimaatadaptatie en mobiliteit zijn vraagstukken die de markt onvoldoende oppakt en waar nationale sturing nodig is. Gemeenten en provincies zijn niet altijd in staat om in het landsbelang te handelen.

Duurzame economische groei

In de startnota van de NOVI wordt terecht aandacht besteed aan de spanning tussen een aantrekkelijke, gezonde en veilige leefomgeving en ruimte voor economische ontwikkeling. Er wordt hierbij vooral aandacht geschonken aan de aard van deze spanning. Een visie over de manier waarop hiermee op landelijk schaalniveau moet worden omgegaan ontbreekt echter nog. De visie van Kate Raworth, econome aan Oxford, vormt hierbij een goede inspiratiebron. Zij roept economen en beleidsmakers op om van de eenzijdige focus op economische groei af te stappen. Volgens haar moet beleid niet gericht zijn op oneindige groei, maar op het vinden van een balans tussen de ‘social foundation’ – een sociale ondergrens – en de ‘environmental ceiling’ – het ecologisch plafond. Focus in de NOVI dus niet eenzijdig op economische groei, maar zoek steeds de balans tussen ontwikkeling en kwaliteit van de leefomgeving.

Energietransitie

Uit de strategische opgaven blijkt dat het Rijk het ruimtelijke aspect van de energietransitie serieus neemt. Ook hier ontbreekt echter nog de visie. De ruimte die nodig is voor een succesvolle transitie naar duurzame energie vraagt om een regisseursrol van de nationale overheid. Op welke energiebronnen gaan we inzetten? En welke ruimtelijke implicaties heeft dat?

Circulaire economie

Nederland wil in 2050 circulair zijn. Kringlopen moeten worden gesloten en grondstoffen optimaal hergebruikt. De transitie naar de circulaire economie is ingezet, maar er wordt tegelijkertijd nog druk onderzocht wat precies moet gebeuren om circulair te worden. Gezien het belang van dit onderwerp, de haast om dit te realiseren en de verschillende domeinen die erin samenkomen, biedt de NOVI een uitstekend platform om een nationale lijn uit te zetten.

Economische kansen voor alle regio’s

Zonder aan de leidende positie van de Randstad en Eindhoven op het gebied van economische groei, innovatie en bereikbaarheid te willen of kunnen tornen, kan de NOVI wél bijdragen aan de economische vitaliteit van de rest van Nederland.

Kracht bijzetten

Het behalen van doelen zoals de SDG’s om een regisserende rol van de overheid. Veel van de vraagstukken waar wij op ingaan, staan wel in de startnota, maar missen nog het ambitieniveau en de concreetheid die nodig is om provincies en gemeenten een goed handelingsperspectief te bieden. Wij hopen dat het Rijk in 2019 een gebalanceerde, toekomstgerichte en concreet uitgewerkte Nationale Omgevingsvisie publiceert, waarmee de nationale duurzame en inclusieve groeiambities kracht wordt bijgezet.

Door Jos van Heest en Maarten Kruger. Van Heest en Kruger zijn beiden adviseur bij Bureau BUITEN, adviesbureau op het gebied van ruimtelijke economie en duurzaamheid.
Ook interessant: 'Aedes-baas Marnix Norder: ‘Met experimenten krijgen we energietransitie niet op gang’'