Door: Team Stadszaken.nl

15 januari 2020



Visie op 2120: ‘Scherp, maar economisch perspectief ontbreekt’


Ons land staat voor grote uitdagingen zoals natuurverlies, verstedelijking, droge zomers en wateroverlast door klimaatverandering. Daarom bekeken Wageningse onderzoekers welke rol de natuur kan spelen bij duurzame energie, stedenbouw, landbouw en hoogwaterveiligheid. Zij maakten een kaart van Nederland in 2120, zodat we ons beter kunnen voorbereiden op de toekomst. De redactie van ROm/Stadszaken volgt het debat over de toekomstige ruimtelijke keuzes voor Nederland op de voet. Hier een reactie op de visie van adviseurs Michiel Cappendijk en Arjan Raatgever van TwynstraGudde.


Wat is jullie eerste reactie op deze doorkijk?

‘Het toont lef om 100 jaar vooruit te kijken en tevens duidelijk stelling te nemen waarbij natuur en biodiversiteit centraal staan. Dat geeft een scherp perspectief. Tegelijkertijd is het onderzoek daarmee gekleurd en eenzijdig.’

In welke zin gekleurd en eenzijdig?

De stevige sneer naar de Randstad ‘dat zouden we toch niet weer willen?’, doet ons denken aan de inaugurele rede van Zef Hemel als hoogleraar grootstedelijk ontwikkeling. Hierin zet hij de visie van Thoreau ‘Life in de woods’ af tegen die van Glaeser ‘Triumph of the city’. Gaat om het om eenvoudig leven in de bossen gericht op introspectie of kiezen we voor verstedelijking, omdat daar al het goede van de mens tot volle wasdom komt? In de praktijk zijn er natuurlijk veel meer afwegingen en zijn er ook heel veel mensen die helemaal niet zo’n behoefte aan bos hebben als verondersteld.  

Maar naar welke kant helt een realistische kijk op de toekomst dan over?

‘De gedachte om de stad meer te verspreiden over Nederland en altijd te combineren met bossen is charmant, maar te romantisch. Geen rekening is gehouden met sociale of economische aspecten. Mensen gaan tot dusver wonen waar werk is en dat is er nou eenmaal meer in steden dan in bomen. Mensen verhuizen ook nu al naar het oosten, niet vanwege de bossen, maar omdat huizen in het westen simpelweg te duur worden. Wat overigens niet wil zeggen dat je daar niet heerlijk kunt wonen’.

Is de meest fundamentele kritiek van jullie dan dat dit soort ontwerpende exercities te veel zijn losgezongen van de economische dynamiek en realiteit?

‘Nee, een blik op 2120 moet vooral niets met de realiteit te maken hebben. Het is een voorstelling, geen voorspelling. Het opgeroepen beeld inspireert echter meer dan dat wij er kritiek op hebben en verdient wat ons betreft een vervolg. Daarbij zouden we de sociale en economische kant willen uitwerken. In het bijzonder de landbouwparagraaf verdient verdieping; kansen voor oesterteelt vanwege windmolens is te simplistisch. Tot slot zouden wij er als denkoefening een MKBA of financiële analyse op loslaten om ons een beeld te vormen van de maatschappelijke en financiële consequenties van deze bijzondere ruimtelijke visie op Nederland. Misschien is het wel haalbaar en kunnen we er meteen een uitvoeringsorganisatie voor opzetten.

Michiel Cappendijk is senior adviseur stedelijk en landelijk gebied. Arjan Raatgever is senior adviseur gebiedsontwikkeling en energietransitie. Het perspectief waar in dit bericht aan gerefereerd wordt, is te vinden via deze link.