Door: Jan Jager

02 september 2019



Hoogleraar: 'Stikstofeffect woningbouw niet nihil, wel superklein'


Nederland zit op slot, en dat is vooral aan de intensieve landbouw te wijten. Dat stelt hoogleraar Maarten Krol van de Wageningen Universiteit in een reactie op de oproep van de NEPROM. De vereniging van projectontwikkelaars bepleitte vorige week een uitzonderingspositie in het stikstofdebat voor woningbouw, omdat woningbouw niet zou leiden tot verhoging van de stikstofdepositie in de Natura2000-gebieden. Krol pleit voor een snelle oplossing waarbij vooral de landbouwsector water bij de wijn doet.


Krol is ook duidelijk: de Nederlandse staat is té gemakkelijk geweest met het toestaan van activiteiten die te veel ammoniak en/of stikstofoxide uitstoten, waarvoor een beroep kon worden gedaan op het Programma Aanpak Stikstof (PAS). Volgens de PAS moet er gecompenseerd worden. De Raad van State zetten eind mei een streep door het PAS, omdat deze compensatie bij veel aanvragen niet voldoende onderbouwd was.

Van de 160 zogeheten Natura 2000-gebieden staan er 118 bloot aan te veel ammoniak en/of stikstofoxide. Eind vorig jaar tikte het Europees Hof van Justitie Nederland daarvoor al op de vingers. De gevolgen van het arrest van de Raad van State zijn inmiddels bijna niet meer te overzien. Bestemmingsplannen voor bedrijventerreinen en woningbouwprojecten gaan de prullenbak in, de opening van Lelystad Airport komt nog meer op losse schroeven te staan en gisteren werd bekend dat het rijk de maximumsnelheid op diverse Rijkswegen onder druk van de uitspraak verlaagt naar 100 kilometer per uur.

'Onterechte vergunningstop'

De vereniging van projectontwikkelaars NEPROM riep vorige echter op tot een uitzonderingspositie voor woningbouw en claimde een snelle oplossing van het kabinet om de bouwstop ongedaan te maken. Want naast het sneuvelen van bestemmingsplannen, verlenen gemeenten sinds de uitspraak van de Raad van State geen bouwvergunningen meer. Onterecht, stelt de NEPROM, woningbouw leidt niet tot een verhoging van de stikstofdepositie in de Natura 2000-gebieden. Daarbij baseert de vereniging zich op ‘recent onderzoek van RIVM’ (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu) en een analyse die in opdracht van ‘lidbedrijven van de NEPROM bij concrete bouwprojecten is uitgevoerd’.

'70% van ons vlees is voor de export. Het is gek dat andere sectoren daar nu voor moeten boeten'

Volgens NEPROM-voorzitter Desirée Uitzetter leidt de bouw van een gemiddeld woningbouwproject tot ‘minder dan 1 gram stikstof per hectare per jaar; minder dan de inhoud van een zakje Chrysal voor in de vaas’, terwijl er vanuit andere bronnen, voornamelijk intensieve veeteelt en het verkeer, een equivalent van 100 kg kunstmest per hectare per jaar neerslaat. Een woordvoerder van het RIVM meldt dat het onderzoeksinstituut naar aanleiding van de PAS-uitspraak werkt aan een nieuwe ‘AERIUS-tool’, waarmee de stikstofdepositie als gevolg van projecten en plannen op Natura 2000-gebieden tot in detail kan worden berekend. Aan een uitspraak over de proportionaliteit van de schadelijkheid van woningbouw ten opzichte van de bijvoorbeeld intensieve veeteelt waagt het onderzoekinstituut zich liever niet. ‘De stikstofdepositie van woningbouw blijft vooralsnog een black box’, stelt de woordvoerder.

’Niet nihil, wel superklein’

Hoogleraar Maarten Krol vindt echter dat de ontwikkelaars een punt hebben. ‘De uitstoot als het gevolg van woningbouw is niet nihil, maar wel superklein’, reageert hij. Of dit in de verhouding van 1 gram voor woningbouw op 100 kilogram kunstmest is, zoals Uitzetter stelt, kan hij niet bevestigen. Wel weet hij te vertellen dat 68 procent van de stikstofdepositie in Natura-2000 gebieden een gevolg is van de landbouw, 17 procent afkomstig is van verkeer, 5 procent voor rekening komt van industrie, energie en afval, en de overige 10 procent afkomstig is van consumenten en een veelheid aan kleinere bronnen. ‘Woningbouw maakt hier onderdeel van uit. De stikstofdepositie in de woningbouw is bijvoorbeeld afkomstig van aggregaten en andere machines, maar ook de auto’s van toekomstige bewoners worden aan de stikstofdepositie toegerekend, net als stikstofuitstoot door verwarming van gebouwen.’

De NEPROM stelt dat de bouwsector onterecht onderdeel van een discussie is geworden waar ze geen deel aan heeft. Niet iedereen is het daarmee eens. Bijzonder hoogleraar integrale stikstofstudies aan de Vrije Universiteit Jan-Willem Erisman reageerde vorige week op Stadszaken: ‘De uitstoot kan nog zo verwaarloosbaar klein zijn; alles wat boven de nul zit, is volgens de Raad van State ontoelaatbaar.’ Ook de RIVM hanteert het standpunt dat de rechter heeft gesproken. Erisman verklaarde verder: ‘Nu de grenzen in zicht zijn kan het niet zo zijn dat je opeens aan de afspraken gaat tornen. Iedereen is nu wakker geworden. Ik zou zeggen: laat eerst maar zien dat je de depositie kunt reduceren.’

‘Uiteindelijk moet de commissie Remkes (een door minister Schouten ingesteld Adviescollege Stikstofproblematiek die op korte termijn met een beoordelingskader voor woningbouwprojecten, red.) met een iets slims komen waardoor ontwikkeling door kunnen gaan zonder dat natuurgebieden er onnodig onder leiden’, zegt Krol. ‘Het lijkt me in dat geval logisch dat de grootste vervuilers het meeste water bij de wijn doen. Dat komt erop neer dat de veestapel moet inkrimpen. In de hele klimaatdiscussie  speelt onze landbouw een heel belangrijke rol.’

Hij vervolgt: ‘Het is eigenlijk onbegrijpelijk hoe onder druk van nationaal beleid ons land is uitgegroeid tot de tweede landbouw-exporterende natie op de wereld, met een enorme milieubelasting tot gevolg. 70% van ons vlees is voor de export. Het is gek dat andere sectoren daar nu voor moeten boeten. Er moet snel een oplossing worden gevonden.’