Door: Team Stadszaken.nl

08 april 2019



Top 5 verdichting zonder hoogbouw volgens Soeters


Is hoogbouw dé oplossing voor de binnenstedelijke woningbouwopgave? Volgens architect Sjoerd Soeters slaan we door met de drang naar almaar hoger, hoger, hoger. ‘Het zijn prestigeprojecten, totaal niet geschikt voor gezinnen.’ Met hem selecteerde Stadszaken vijf projecten met een hoge dichtheid, maar zonder hoogbouw.


Nederland omarmt hoogbouw. Rotterdam bouwt de met de Zalmhaventoren de hoogste toren van het land, Utrecht gaat met de MARK eindelijk hoger dan de Dom, Amsterdam wil op het Zeeburgereiland een eigen 'Vancouver in het IJ' stichten (Sluisbuurt) en ook Den Haag en Eindhoven blijven niet achter. De gigantische woningvraag in combinatie met een strakke contour die om de bestaande stad is gelegd, dwingt de lucht in, zo luidt de officiële lezing. Een hogere dichtheid leidt bovendien tot een bredere financiële basis voor stedelijke voorzieningen als OV, scholen en een hoogwaardige publieke ruimte. Met dat laatste is architect en stedenbouwkundige Sjoers Soeters het eens. Maar is voor die hoge dichtheid écht hoogbouw nodig? Volgens Soeters niet. Met Stadszaken selecteerde hij vijf projecten met hoge dichtheid, maar zonder hoogbouw.

1. Parijs, 22.000 inwoners/km2

De Franse hoofdstad: net zo groot als Amsterdam, 3x zoveel inwoners

De Franse hoofdstad heeft een gemiddelde bevolkingsdichtheid van bijna 22.000 inwoners per vierkante kilometer. Ter vergelijking: in Amsterdam bedraagt de gemiddelde bevolkingsdichtheid per vierkante kilometer 5.000 personen. Toch is Parijs bepaald geen hoogbouwstad. In 1973 werd hoogbouw in het centrum er namelijk verboden, toen de volgens velen skyline-vervuilende Tour Montparnasse verrees. De Parijzenaren vonden het maar een lelijk ding en weerden eventuele navolgers. Alleen in omliggende gemeenten werden hoge torens getolereerd. Pas de laatste jaren durft de stad ook binnen de Boulevard Périphérique weer de hoogte te gaan.

De hoge dichtheid in Parijs werd bereikt met een ontwerpinsteek waar Soeters deels schatplichting aan is: grote appartementenblokken van maximaal zeven lagen hoog, ooit afgedwongen door de uit Bordeaux naar Parijs gehaalde baron Haussmann. Uitgangspunt bij de grootschalige herontwikkeling waren boulevards, die ervoor zorgden dat de zeer compacte stad alsnog ruimtelijk aanvoelt.

2. Barcelona, 15.000 inwoners/km2

Het blokkensysteem vaningenieur Ildefons Cerdà in Barcelona

Ook in Barcelona vinden we een grote dichtheid: 15.000 inwoners per vierkante kilometer. Die hoge dichtheid maakte de stad ooit onleefbaar: het was er zo vol dat nieuwe huizen werden gebouwd op bogen die bestaande straten overspanden. Tussen al die op elkaar gepropte woningen stonden fabrieken, dus gebrek aan openbare ruimte ging hand in hand met ernstige vervuiling.

De oplossing werd gevonden in een grootschalige uitbreiding buiten de historische stadsmuren, waarbij de nieuwe stad middels een strak blokkensysteem werd gepland. Deze 'Eixample,' Catalaans voor uitbreiding, was het geesteskind van ingenieur Ildefons Cerdà, die hierdoor ook wel de grondlegger van het urbanisme wordt genoemd. 

Vandaag de dag is Cerda's blokkensysteem nog steeds goed zichtbaar en de stad is er beroemd om.

3. Holland Park, Diemen, 100 woningen/ha.

Holland Park, Diemen. Bron: PPHP

Dan noemt Soeters wat projecten van zichzelf, te beginnen met Holland Park in Diemen. 'Het zijn goede voorbeelden, dat mag best getoond worden'. Volgens Soeters kun je met lager maar compacter bouwen een zelfde woningdichtheid realiseren als met hoogbouw. ‘Je bouwt dan heel compact maximaal vijf tot zeven lagen hoog, met een rand van maximaal vijftien lagen aan het water. Dat genereert dezelfde woningdichtheid als hoogbouw, maar met een veel aangenamer leefklimaat.’

Hij paste deze filosofie onder meer toe in Diemen. In dit project onder de rook van Amsterdam worden appartementen ondergebracht in blokken, omgeven door water en met semiopenbare groene kernen. Hiermee wordt het binnenhofjesideaal werkelijkheid. De openbare ruimte in de gebieden is zeer contact, maar volgens de architect draagt dit juist bij aan het creëren van de menselijke maat. 

4. Sydhavnen, Kopenhagen, 110 woningen/ha.

In het deelgebied Sluseholmen in de Sydhavnen in Kopenhagen, ontwierp Soeters een plan met een ongekende dichtheid van 110 huizen per hectare. die zelfs bieden in samenspel met de gevels interessante perspectieven. De variatie van grachten (kort, smal en gebogen) zorgt samen met de verschillende bebouwingstypes voor visuele belevenissen en verschillende gradaties van intimiteit. De lange zichtlijnen zijn verkort en verhinderen dat er saaie lineaire gevels en straatlengtes ontstaan. In het hele gebied Sydhavnen zijn circa 5.000 woningen gebouwd, tevens commerciële functies, scholen en diverse kinderopvang. Op Sluseholmen, fase 1, zijn circa 1.100 woningen gerealiseerd op een kleine oppervlakte. Elk stadsblok bestaat uit een aantal verschillende woningtypes. De appartementsgebouwen zijn aan het grote water en aan de lange gracht gesitueerd. De individuele grachtenhuizen zijn aan de dwarsgrachten gelegen. Dit benadrukt zowel de grote als de kleine schaal in het gebied. In het proces zijn architectonische richtlijnen ontwikkeld die in het bestemmingsplan van het gebied Sluseholmen zijn vastgelegd. Regels over materialisatie, kleuren, ruimtelijke effecten, bebouwingshoogtes zijn hierin opgenomen om te waken dat elk blok als een eenheid in het geheel blijft.'

5. Java-eiland, Amsterdam, 100 woningen/ha.

Java-eiland in Amsterdam is een van de bekendse creaties van Soeters. Bij de ruime watervlakte van IJ en IJhaven pasten weliswaar grote gebouwen, maar vanwege de unieke ligging van het Java-eiland vlak bij de oude binnenstad is er gekozen voor een schaal die beter paste bij de 'genius loci' van Amsterdam, alsdus webitie van Soeters nieuwe bureau PPHP. Het project kende bij oplevering een voor Nederland ongekende hoge dichtheid van 100 woningen per hectare, maar ondanks dat wordt er nooit echt hoog gebouwd en bleef er ruimte voor grachtjes en binnentuinen. Een belangrijk geheim van het succes van de woningen langs de grachtjes, was de voordeur aan de straat. Dat zal er mede aan toe hebben bijgedragen dat Java-eiland ook een populair woonmilien werd bij gezinnen, ofschoon dit aanvankelijk niet de doelgroep was.

Sjoerd Soeters is onverbiddelijk over de hoogbouwplannen in Nederland: 'Voor Rotterdam is hoog bouwen ("the only way is up") dé manier om de stad in het Nederlandse landschap een eigen identiteit te geven. Voor Eindhoven, een droevig paar bijeengeveegde dorpen, geldt voor een deel hetzelfde. Hoe kunnen we boven onze armoedige geschiedenis uitstijgen? Utrecht bouwt zijn hoge toren zelfs in de Vinex. In Den Haag is rondom het station en de Utrechtsebaan al op hoogbouw ingezet. Begrijpelijk in verband met de stedelijke lappendelen die Den Haag is, maar niet het middel voor het tot een geheel maken van het stadsweefsel.'

‘Bij de drang naar hoogbouw gaat het niet meer over mensen, maar over cijfertjes en over prestige. Wat de wensen en behoeften van de bewoners van die woningen zijn, raakt ondergesneeuwd.’

Dat raakt volgens Soeters vooral gezinnen met jonge kinderen. ‘Voor deze groep is hoogbouw totaal ongeschikt. Zij willen zicht op de buitenruimte, maar vanaf de vijfde verdieping ontbreekt het contact met het maaiveld. Dan kan je je kinderen dus niet zorgeloos buiten laten spelen. Idealiter ontwikkel je binnenhofjes, waar vertrouwde medebewoners de spelende kinderen in de gaten kunnen houden. In een hoge toren lukt dat niet. De politiek zegt dat hoogbouw nodig is om onderwijzers, verplegers en politiemensen in de stad te houden, maar dat is echt een leugen.’

Het felst in zijn oordeel is Soeters over de Sluisbuurt. 'In het geval van een project als de Sluisbuurt (Amsterdam, red.) is de incongruentie van uitgangspunten nog schrijnender: het plan moet vooral uit hoge torens bestaan, die ook nog slank zijn, want dat is mooi. Dat is de duurste bouwvorm die bedacht kan worden: constructief, verhouding geveloppervlak/vloeroppervlak, verhouding netto/bruto, extra kosten brandweervoorzieningen, extra kosten installaties, extra kosten voor onderhoudsinstallaties. Deze bouwvorm is in combinatie met het uitgangspunt van 40 procent sociaal en 30 procent gegarandeerde middenhuur niet realiseerbaar; een situatie waarvoor beleggers en ontwikkelaars luider dan we van hen gewend zijn zeer duidelijk hebben gewaarschuwd. Samen met de 25 procent huurbelasting die geheven wordt op de corporaties, leidt dit ertoe dat in feite weinig kans is dat hier echt woningen tot stand zullen worden gebracht. Als er evenwel wel sociale woningbouw in torens van meer dan 100 meter hoog gebouwd zouden gaan worden, is het verstandig om eerst even de filmpjes te bekijken waarop dergelijke gebouwen voor de sociale sector in engeland en frankrijk worden opgeblazen, na een problematisch bestaan van nergens langer dan 40 jaar.

Bent u het oneens met Soeters? Ziet u wel heil in hoogbouw? Laat het de redactie weten via redactie@stadszaken.nl