Door: Martin van der Maas

16 september 2019


Foto: Klimaatmars in Brussel. Door Pelle de Brabander

Column Martin van der Maas

Klimaatpsychologie: van cynisch tot idealistisch


Klimaatverandering. Als stedenbouwer ontkom je er niet aan. Tegelijkertijd wordt er over het klimaatprobleem volop geoordeeld. Het vertrouwen in de klimaatwetenschap is broos. Planoloog Martin van der Maas zet 15 reacties die hij in het dagelijks leven tegenkomt op een rijtje, van de grootste cynicus tot de grootste idealist.


Klimaat, klimaat… moe word ik er soms van. Steeds vaker spookt de toekomst van ons klimaat door mijn hoofd, maar ik zou willen dat het niet nodig was. Helaas, er is geen ontkomen aan. Alle stadsplanologen hebben ermee te maken, het worden prominente hoofdstukken in omgevingsvisies, ook in Amsterdam. Want de stad wordt niet alleen als oorzaak van de opwarming genoemd (industrialisatie, welvaart), maar ook als oplossing. Steden hebben innovatiekracht, en stedelijk wonen is tegenwoordig duurzamer dan suburbaan of dorps wonen.

Ik voel me geen klimaatdeskundige. Net als bijna iedereen heb ik zelf nooit klimaatonderzoek uitgevoerd. Door onze ver doorgevoerde arbeidsdeling heeft elk individu verstand van slechts een klein radertje in onze samenleving. We moeten dus vooral vertrouwen op andermans deskundigheid. Als er ergens een nieuw gebouw wordt geopend, dan gaat niet iedereen de sterkte van de betonconstructie narekenen voor hij naar binnen stapt. We vertrouwen erop dat de deskundigen hun werk hebben gedaan.

Ongeschikte geesten

Ik las eens een mooie richtlijn voor het legioen der ondeskundigen. Is er een redelijke consensus onder deskundigen? Sluit je daar dan bij aan. Is er veel verschil van mening onder deskundigen? Zie dan af van een oordeel. Toch wordt er over het klimaatprobleem volop geoordeeld. Het vertrouwen in de klimaatwetenschap is broos. Dat komt omdat conclusies van de klimaatwetenschap, in tegenstelling tot de vruchten van veel andere wetenschappen, onprettig zijn. Een onheilsprofetie, dit keer uit niet-religieuze hoek. Logisch dat klimaatwetenschap minder gemakkelijk wordt aanvaard. An unconveniant truth.

Deze zomervakantie las ik ‘Hoe gaan we dit uitleggen?’ van Jelmer Mommers. Het klimaatprobleem is nog veelomvattender dan ik dacht. Het grootste probleem ooit, te groot voor één hoofd. Tommy Wieringa schreef eens dat de menselijke geest niet geschikt is voor sluipende langetermijngevaren: we schrikken wel van geritsel in de bosjes, maar niet van een mogelijke ontwrichting over dertig jaar. Cognitieve dissonantiereductie houdt de paniek uit onze hoofden. Mede daarom zijn veel wetenschappers pessimistisch. Zo hoorde ik van een wetenschapper met slechts één klimaatadvies: “Don’t be under forty.”

Houdingen

Toch toont Mommers zich optimistisch over de technische en financiële mogelijkheden om de opwarming tegen te gaan. Het probleem zit vooral in onze houding. De psychologie van het klimaatvraagstuk dus. Ik vraag mensen om me heen daarom steeds vaker: hoe sta je hier psychologisch in? De antwoorden zijn vaak ingewikkeld. Ik kom een hele waaier aan houdingen tegen:

  1. Het is een grote hoax, we laten ons gek maken. De mens veroorzaakt geen klimaatverandering.
  2. De scenario’s van de wetenschap lopen nog wat uiteen, dus ik hoop dat het meevalt. Optimisme voelt fijner. Mijn kinderen moeten naar school.
  3. Het wordt zeker warmer, waarschijnlijk inderdaad door de mens. Maar Johan Cruijf zei al: elk nadeel heb ze voordeel. Opwarming biedt ook kansen, we kunnen veel.
  4. We komen waarschijnlijk diep in de problemen, maar ik ben toch al over de veertig. Dus wat maakt mij het uit?
  5. Actie heeft alleen zin als de hele wereld meedoet, en dat gebeurt niet. Roomser zijn dan de paus leidt tot niets. Ik heb dus geen oplossing.
  6. Ik ben niet de grootste veroorzaker. Dus ik ga er niet als eerste iets aan doen of ervoor betalen. Ik kan nu mijn rekeningen al amper betalen.
  7. We gaan eraan, dat is waarschijnlijk onvermijdelijk. Maar dat is niet erg. De mensheid heeft er toch lekker van genoten?
  8. Ik heb al moeite om af te vallen. Dat schuif ik ook al jaren voor me uit. Laat staan zo’n probleem als dit. Morgen weer een dag.
  9. Ik ben bang voor de consequenties. Die passen niet in mijn hoofd. Daarom kijk ik weg en richt ik me op dagelijkse beslommeringen waar ik invloed op heb.
  10. Ik wil deze morele last niet op mijn tere, individuele schouders. Ik vertrouw erop dat wetenschap en politiek het klimaatprobleem oplossen.
  11. Ik ben kwaad. Kwaad op de krachten die ons willens en wetens in steeds grotere problemen brengen, zonder dat we ze kunnen tegenhouden.
  12. Ik voel me machteloos. In mijn eentje kan ik niets en ik wil wel normaal mee blijven doen in de samenleving.
  13. Ik word steeds depressiever en zie iedereen als violist op de Titanic. Waarom moet ik net nu geboren zijn, vlak voor het einde der tijden?
  14. Ik voel me schuldig tegenover de nieuwe generaties en ben inmiddels een non-flying veganist.
  15. Ik zit vol activisme om het tij te keren. Ik probeer er al jaren wat aan te doen en merk dat steeds meer mensen meedoen. Een mooie uitdaging, de mens kan het!

Alle houdingen zijn begrijpelijk, afgezien van de eerste misschien, zo langzamerhand. Mijn eigen psychologie wisselt tussen 2, 3, 9, 11, 12 en 15. Ga eens bij jezelf na: hoe zit dat bij jou? En ben je in staat om daarin te schuiven van destructieve naar constructievere houdingen? Hoe wendbaar is je geest? Wendbaarheid, daar moeten we het van hebben. Want als we met z’n allen houding 15 aannemen, verdwijnt het klimaatprobleem als sneeuw voor de zon.

Meer lezen van Martin van der Maas? Klik dan hier.