Door: Team Stadszaken.nl

28 augustus 2019


Foto: Dalfsen te Overijssel. Foto door Gert Hardeman

Ook dorpsbewoner ontkomt niet aan hittestress


We weten dat in onder meer Amsterdam, Rotterdam en Den Haag dat de oppervlaktetemperatuur in steden overdag tien tot twintig graden Celsius hoger ligt dan in het buitengebied. De door gebouwen en verharde oppervlakken opgenomen warmte wordt na zonsondergang weer aan de omgeving afgegeven. ’s Nachts kan de luchttemperatuur in de stad daarom tot meer dan zeven graden Celsius warmer zijn dan buiten de stad. Toch zorgt ook de combinatie van hitte en droogte ook in het landelijke gebied voor een versterkt effect en potentiële hittestress bij mens en dier, blijkt uit een quickscan in Overijsselse kleine kernen en dorpen. Gegeven de vergrijzende bevolking is dat een serieus zorgpunt voor de plaatselijke overheid.


Door Teun Terpstra (HKV), Marcel Tonkes (Provincie Overijssel) en Cor Jacobs (Wageningen Environmental Research). Dit is een verkorte versie van het artikel 'Hitte in kleine kernen,' dat eerder in vakblad ROm verscheen. ROm is gratis voor ambtenaren ruimte, infrastructuur en milieu bij de rijksoverheid, provincies, gemeenten en waterschappen. Word nu abonnee.

De quickscan is uitgevoerd door HKV - Lijn in water en Wageningen Environmental Research in opdracht van de Provincie Overijssel. In deze bijdrage aandacht voor het gecombineerde effect van hitte en droogte, waarbij gebruik is gemaakt van satellietbeelden, literatuur en gebiedsinterviews.

Van aan weersextremen gerelateerde doodsoorzaken in Europa is meer dan 90 procent het gevolg van hitte (zie kader). Ouderdom, reeds bestaande gezondheidsklachten en intensieve inspanning als lichamelijke arbeid op het land vormen risicofactoren. Ook vee kan last hebben van hittestress. Zo kan bij koeien de melkproductie verminderen. Kippen leggen mogelijk minder en kleinere eieren met een slechtere kwaliteit van de schaal. Bij kraamzeugen vermindert de vruchtbaarheid.

Satellietbeelden tonen hitte-eilanden

Gevoelstemperatuurkaarten brengen de gezondheidseffecten van hitte op mens en dier goed in beeld. Omdat deze kaarten nog niet breed beschikbaar zijn is in de quickscan voor Overijssel gebruikgemaakt van satellietbeelden, aangevuld met inzichten uit de literatuur en interviews. Gedurende de vorige zomer was er één satellietbeeld beschikbaar waarop de hele provincie Overijssel wolkenvrij was, namelijk 3 juli 2018 rond het middaguur. De luchttemperatuur op de KNMI-stations in Overijssel (Heino en Twenthe) was op dat moment ongeveer 25 graden Celsius. In het satellietbeeld valt op dat zowel grote als kleinere kernen een relatief hoge oppervlaktetemperatuur hadden.

Ter illustratie laat figuur 1 zien dat de oppervlaktetemperatuur in de kern Goor (ongeveer 12.000 inwoners) tot 12 graden Celsius hoger lag dan in het omringende agrarische gebied. Dit gold ook voor veel andere kleine kernen. De temperatuurprofielen lieten zien dat verschillen in oppervlaktetemperatuur met name verklaard worden door grondgebruik en inrichting. Aaneengesloten verharding warmt sterk op, zoals centra, parkeerterreinen en bedrijventerreinen. Deze bevindingen zijn in lijn met eerdere analyses van satellietbeelden uit 2006.


Figuur 1

Maar ook wat betreft luchttemperatuur zijn hitte-eilanden aanwezig in kleine kernen. Uit een analyse van amateurweerstations verspreid door Nederland bleek dat de luchttemperatuur in de Overijsselse kern Losser (circa 13.000 inwoners) tot 7 graden Celsius hoger was dan in de omgeving. Het hitte-eilandeffect in Losser was bovendien sterker aanwezig dan in de meeste andere grotere en kleinere Nederlandse kernen die zijn onderzocht. Volgens de auteurs speelde mee dat Losser ver landinwaarts ligt en meer een landklimaat heeft dan andere kernen. Maar lopend onderzoek in de waterrijke provincie Zeeland bevestigt dat ook daar kleine kernen een duidelijk hitte-eilandeffect kunnen ervaren, zoals de kern Heinkenszand (ongeveer 5500 inwoners). In Vlissingen en Middelburg was er bovendien een duidelijk verschil in luchttemperatuur tussen groene, open wijken en dichtbebouwde, versteende wijken. Vooral lokale kenmerken van de stedelijke inrichting lijken daarom sterk bepalend voor de aanwezigheid van hitte-eilanden en niet de omvang of het aantal inwoners van de kern zelf.

Hitte en ruimtelijke inrichting

De gevoeligheid voor gezondheidseffecten is dus vooral gerelateerd aan risicofactoren op niveau van personen en bevolkingsgroepen. De blootstelling aan warmte wordt echter in sterke mate bepaald door de ruimtelijke inrichting, die op haar beurt weer samenhangt met bevolkingsontwikkeling en woningbouwbeleid. In de toekomst wonen relatief meer jongeren, hoogopgeleiden en gezinnen met kinderen in steden dan nu. In steden waar het beleid is gericht op inbreiding betekent dit een hogere gebouw- en bevolkingsdichtheid waardoor hitte-eilanden sterker worden en de druk op de buitenruimte toeneemt. In de plattelandsgemeenten neemt het percentage ouderen juist sterk toe. Inbreiding in steden verhoogt de blootstelling aan hitte-eilandeffecten, terwijl vergrijzing op het platteland juist de gevoeligheid van de bevolking voor gezondheidseffecten vergroot.

Uitdroging en hitte

2018 was niet alleen extreem warm, maar ook extreem droog. Groene structuren en met name bomen zijn een effectief middel om de intensiteit van een hitte-eiland te beperken. Een voorwaarde is dan wel dat het groen voldoende van water voorzien blijft worden en blijft verdampen. Opvallend in het satellietbeeld (figuur 2, rechts) is het rode vlekkenpatroon in het buitengebied ten zuiden van de stedenband Twente. Aanvullende satellietbeelden van de groenindex toonden aan dat de vegetatie op in dit gebied aanwezige akkers geen vocht meer verdampte en sterk opwarmde. Dit kan komen doordat er net is geoogst of geploegd, maar waarschijnlijker doordat de vegetatie en gewassen waren uitgedroogd. Dit laat zien dat het landelijk gebied overdag ook sterk kan opwarmen.

Kortom, het onderzoek in Overijssel bevestigt het beeld dat hittestress vooral wordt bepaald door de lokale inrichting, bouw en gebruik. Ook op de schaal van kleine kernen speelt dit. In kleine kernen is extra aandacht gewenst voor hitte vanwege de toename van kwetsbare groepen door vergrijzing. Daar liggen wellicht meer mogelijkheden voor ruimtelijke maatregelen door relatief lagere ruimtedruk in vergelijking tot steden.

Schattingen naar extra sterfte tijdens hittegolven
Ook in Nederland nemen ziekenhuisbezoeken en sterfte toe tijdens hittegolven. De toename in sterfte betreft deels personen die reeds in een slechte medische toestand verkeerden en als gevolg van de warmte eerder overlijden dan anders was gebeurd. Maar het betreft ook ‘gezonde’ mensen die anders niet waren overleden. Onderzoek uit 2014 schatte dat de extra sterfte (oversterfte) bij iedere graad boven 20°C met ongeveer 8 personen per dag toeneemt. In de warme periode tussen 3 en 16 augustus 2003 zijn 400 à 500 meer mensen overleden dan normaal en in totaal 1000 tot 1400 personen in die zomer. Tijdens de twaalfdaagse hittegolf in 2010 stierven ongeveer 660 mensen meer dan normaal in die periode. In de zomer van 2018 was de oversterfte met ongeveer 100 personen boven het gemiddelde relatief beperkt. Ter vergelijking: in Nederland vallen jaarlijks ongeveer 650 verkeersdoden en ongeveer 2000 mensen overlijden jaarlijks als gevolg van griep. Door klimaatverandering zal de sterfte als gevolg van hitte in de toekomst waarschijnlijk toenemen. Toenemende hitte kan daarom als een serieus gezondheidsrisico worden aangemerkt. En omdat hitte bovendien vooral de zwakkeren in de samenleving treft zoals ouderen, chronisch zieken en mensen uit lagere sociale klassen, versterken de gezondheidseffecten van hitte reeds bestaande ongelijkheden in de samenleving.