Door: Sven Ringelberg

17 juli 2019



3 rampgedreven energietransities en wat we daarvan kunnen leren


Op het gebied van energiewinning lijkt de mens steevast de grens op te zoeken van de energiebronnen. Dit brengt negatieve gevolgen voor mens en omgeving. Pas wanneer we deze gevolgen voelen, wordt er nagedacht over alternatieven. Sven Ringelberg, energie-adviseur, beschrijft met drie voorbeelden van rampgedreven energietransities, wat we hier van kunnen leren en hoe we herhaling kunnen voorkomen.


Hoe veranderingen in de energiebron samenhangen met rampen én innovatie

Filosofen praten er al duizenden jaren over: mensen gaan pijn uit de weg en halen graag het maximale uit plezier. Deze hedonistische houding is heel duidelijk zichtbaar in onze omgang met energie. Keer op keer lijken we tot het gaatje te gaan met het gebruik van een energiebron, met negatieve gevolgen voor onszelf en de omgeving. Pas wanneer het gebruik leidt tot negatieve gevolgen komt er een verandering op gang om anders met de energiebron om te gaan, of op zoek te gaan naar iets nieuws. Een heel ander maar bekend voorbeeld zijn de Nederlandse Deltawerken, waar al jaren voor de ramp bekend was dat er actie ondernomen moest worden.

Betekent dit dat we hopeloos verloren zijn in de huidige energietransitie en we moeten wachten op meer rampen? Dat denk ik niet. We kunnen een hoop leren van die rampgedreven energietransities uit het verleden. Een moeilijke situatie lijkt om keer op keer motivatie te vinden en het maximale aan creativiteit los te krijgen voor alternatieven op het gebied van energiewinning. In dit artikel beschrijf ik drie voorbeelden van deze rampgedreven energietransities, en hoe de noodzaak tot verandering weer innovatie tot gevolg heeft.

Aardbeving Huizinge (2012)

De aardbeving in Huizinge van 2012 schokte niet alleen Groningen op, maar heel Nederland. Waar toen voor de meeste Nederlanders de urgentie van de aardbevingen en gevolgen duidelijk werd, zaten veel Groningers al in hun derde of vierde schadeprocedure. Zeker 170.000 bewoners hebben schade aan hun woningen en 10.000 mensen gezondheidsproblemen door onder anderen stress en onduidelijkheid. Toch duurde het nog tot 29 maart 2018, toen Mark Rutte de verlossende woorden sprak dat we gingen stoppen met het winnen van aardgas in 2030.

De negatieve effecten van de gaswinningen waren al tientallen jaren bekend, alleen werden deze onderzoeken en geluiden geweerd. Dit was begrijpelijk. In de jaren 80 bestond onze begroting voor 25 procent uit gasbaten, en de gaswinning heeft van Nederland een modern land gemaakt. Daar staat tegenover dat de gaswinning ons in innovaties lui heeft gemaakt (we zijn geen marktleider windenergie geworden). Economen hadden het zelfs over de ‘Dutch Disease’: het gebruiken van gasbaten om consumptieve (korte termijn) doeleinden te realiseren. Het zijn uiteindelijk de negatieve effecten van het aardgas (aardbevingen), en de geopolitieke ontwikkelingen (Rusland) die ons nu in een stroomversnelling hebben gebracht om meer tempo met de hedendaagse energietransitie te maken.    

Alleen, gaat deze stroomversnelling snel genoeg? Als het gaat over het afhandelen van schade en terugdringen van gaswinning, dan is hier nog wat op af te dingen. Het feit dat het Nederlandse leger traint op stevigere aardbevingen en dodelijke ongevallen zou ons aan het denken moeten zetten. Tegelijkertijd zijn de aardbevingen in Groningen absoluut de oorzaak voor een hele reeks innovaties en creativiteit. Hoe gaan we bijvoorbeeld om met die duizenden kilometers gasnet? Weghalen of inzetten voor waterstof en opslag?

Geen hout, geen Koningrijk (17e eeuw)

Vanuit het boek ‘Energy, a human history’ komt telkens opnieuw het beeld naar voren dat mensen de grenzen van hun huidige energiesystemen opzoeken. In het begin van de 17e eeuw was bijvoorbeeld in Engeland hout de dominante energiebron. Net als in het Nederland van de 20ste eeuw was hout (gas) een geschenk om schulden mee af te betalen, en projecten te starten. Een tekort aan hout werd gezien als teken van welvaart, totdat de situatie echt spannend begon te worden.

Hout was noodzakelijk voor warmte, maar ook voor oorlogsschepen. De zorgen over het houttekort leverde dan ook in 1611 de volgende opmerking van Koning Jacobus I op: ‘Zonder hout, geen Koningrijk.' De uiteindelijke inzet van kolen in de 17e eeuw voor verwarming loste dit probleem op, maar bracht een hele reeks andere problemen met zich mee. Het Koningrijk was gered, maar had nu een smogprobleem.

Hierbij komt dat, over de jaren heen, onze energiebronnen steeds complexer zijn geworden. Dit is onze vindingrijkheid tegemoet gekomen! Een bos is een simpele bron. Kolen uitgraven en managen, dat was een stuk complexer. Het smogprobleem bleef nog een tijd, maar, ook in de 17e eeuw waren er adaptieve denkers. Zoals John Evelyn, die voorstelden de industrie buiten de stad te huisvesten en de lage landen rondom de stad te vullen met planten.

Turftransitie: Verdwenen dorpen in Nederland (16e eeuw)

Vanaf de 16e eeuw maakte Nederland een ware turftransitie door. Het drogen van veen maakte een goede brandstof, met als gevolg massa winning. Net als de Engelsen met hout, schoten we een beetje door in ons enthousiasme voor deze energiebron. Het gevolg is dat hele dorpen moesten wijken voor de winning van turf, of, beter gezegd: de boel ging op een gegeven moment zakken.

Een interessant voorbeeld is het dorp Kralingen dat oorspronkelijk aan de Veenweg lag (alarmbellen gaan af). Dit gebied ligt nu in Prinsenland. Om dit dorp heen lag veen wat uiteindelijk beetje bij beetje is afgestoken. In de woorden van Onno de Wit: ‘Er ontstonden watervlakten. De mensen hebben zichzelf de das om gedaan door alles om het dorp heen af te steken.’ Deel voor deel wordt Kralingen uiteindelijk verplaatst naar zijn huidige locatie. De dorpskerk was het laatste gebouw dat gesloopt werd in 1844.

Een modern voorbeeld van slopen voor energie is de winning van bruinkool in Duitsland. Daar werd in 2018 nog een duizend jaar oude kerk gesloopt voor de winning van bruinkool. Dit geeft te denken bij het groene imago van Duitsland, dat onder anderen door de Energiewende bruinkool hard nodig heeft. De komende jaren zullen in het Oosten van Duitsland nog meer natuur- en woongebieden verdwijnen.

Zonder ramp geen glans?

Ik begon mijn reis door het energietransitie verleden wat pessimistisch. Het leek er al snel op dat echt grote rampen noodzakelijk zijn om tot betekenisvolle veranderingen te komen. En laten we eerlijk zijn, er is absoluut een trigger nodig. Onze Dutch Disease is daar een goed voorbeeld van. Maar wat ik ook zag, is dat bij iedere noodzakelijke verandering van het energiesysteem de vindingrijkheid van mensen boven komt drijven. Spannend is nog wel de aanvullende trend: onze energiesystemen worden steeds complexer, waardoor het moeilijk kan zijn om snel te innoveren.

Alleen, mensen veranderen niet. Ik zie in verhalen uit het verleden dezelfde mensen, met complexere speeltjes. Vandaar mijn vertrouwen in die huidige energierebellen!

Regelmatig artikelen lezen van Sven Ringelberg over de energietransitie? Bezoek dan zijn website: https://www.transitiepaden.nl/blogs