Door: Team Stadszaken.nl

17 april 2019


Foto: Gemeente Amsterdam

Economie versus wonen: slag om Amsterdam in volgende fase


Ondernemingen hebben voor circa €500 mln aan investeringen opgeschort toen ze ruim anderhalf jaar geleden voor hun gevoel overvallen werden door de plannen voor woningbouw in het Westelijk Havengebied in Amsterdam. Dat zei Kees Noorman van de Amsterdamse ondernemersvereniging ORAM gisteren in het FD. Later op de dag lanceerde ORAM 'De Werkende Stad', een 'kritisch en constructief participatieorgaan bij ruimtelijke plannen'.


Eerder al bestempelde een internationaal panel van het Urban Land Institute het tot een vergelijk komen met zittende ondernemers als topprioriteit, naast de aanleg van hoogwaardig OV. Als niet aan deze minimale vereisten wordt voldaan, blijft de ambitie om in het Westelijk Havengebied 40.000 tot 70.000 huizen te bouwen volgens panelvoorzitter Chris Choa een ‘fairy tale’.

Circulaire economie

Maar ondernemers zijn 'overvallen' door de plannen voor 'Haven-Stad', zei ORAM-directeur Kees Noorman gisteren in het FD. Dat is niet alleen slecht voor het ondernemersklimaat, de bedrijven worden volgens hem ook minder waard. De woningbouwplannen zouden bovendien ten kostte van de vitale functie die de haven nu herbergt: productiebedrijven, afvalverwerking, aanlevering en opslag van bouwmaterialen, et cetera.

Reactie gemeente: 'We gaan graag het gesprek en samenwerking aan' (zie onder) 

Het gaat volgens ORAM nadrukkelijk ook om ruimte die nodig is om de functies van een groeiende stad te faciliteren. Bijvoorbeeld voor de energietransitie, zoals de opslag van waterstof, of voor de circulaire economie, zoals de verwerking van stadsafval. 'Maar ook omdat we een inclusieve stad willen zijn, waar werk is voor praktisch opgeleiden en vakmensen', aldus Noorman.

€ 500 miljoen

In de krant beklemtoont de ORAM-directeur dat het bedrag van €500 mln aan uitgestelde investeringen niet uit de lucht is gegrepen. 'Dat is wat ik heb teruggehoord van ondernemingen. Het zijn investeringen van bedrijven of hun buitenlandse moeders die nu niet in Amsterdam plaatsvinden en mogelijk weglekken naar andere locaties'.

Voorafgaand aan het startschot van de lancering van participatieorgaan 'De Werkende Stad' overhandigde Noorman gisteren een onderzoek aan wethouder Marieke van Doorninck, waaruit blijkt dat boven 20 tot 25 procent van de bedrijventerreinen in de stad een 'plannenwolk' hangt. Uit het onderzoek van stedenbouwkundig bureau MUST blijkt verder dat bij plannen zoals die van Haven-Stad gerekend wordt met een ruimtenorm voor arbeidsplaatsen van 30m2, een norm die vooral van toepassing is op de dienstensector, zoals advocatenkantoren en architectenbureaus. Voor productiewerk, zoals, afvalverwerking en voedselproductie, kom je je volgens ORAM eerder 250 m2 per arbeidsplaats nodig.

Constructief en tegenkracht

Doel van platform 'De Werkende Stad' is om de participatie van bedrijven rond transformatieprojecten in de stad professioneler en effectiever te maken. Noorman: 'Wij willen een kritische partner zijn die enerzijds constructief meedoet om plannen te verbeteren en anderzijds een tegenkracht is als plannen te eenzijdig zijn'.

[tekst gaat verder onder beeld]

Boven 20 tot 25% van de Amsterdamse bedrijventerreinen hangt een 'plannenwolk', blijkt uit onderzoek dat ORAM-directeur Noorman gisteren aanbood aan wethouder Van Doorninck

Aan dat meedoen schortte het volgens de ondernemersvereniging afgelopen jaren. In een telefonische reactie licht Jurriaan van den Eijkhof, adviseur ruimte bij ORAM, dit toe: 'In de perceptie van de ondernemers is Haven-Stad topdown ontwikkeld. Ja, de ondernemers zijn geïnformeerd, maar dat is niet zoals het zou moeten, bij een transformatie van deze omvang , in een gebied waar bedrijven een duurzaam belang hebben.'

Volgens Van den Eijkhof zou de gemeente bij zo’n plan ‘from scratch’ moeten toewerken naar een gedragen plan, waarin gepoogd wordt ambities van bedrijven te verknopen aan ambities van de gemeente. Problematisch daarbij is dat de gemeente volgens Van den Eijkhof onvoldoende op de hoogte is van wat er alleenaam speelt in het haven- en bedrijvengebied.

Opgebouwde rechten

Als ambities zich niet laten verenigen, dan moet een andere oplossing worden gezocht, die ook profijtelijk is voor bedrijven. Dat sluit ook aan bij een van de conclusies van het internationale panel van het ULI (zie boven), die suggereerde om bestaande rechthebbenden in het gebied als partner- en dus ook baathouder deel te laten nemen in de gebiedsontwikkeling.

Van den Eijkhof wijst ook op die rechtspositie die veel bedrijven hebben in de vorm van een voor lange termijn afgekochte erfpachtcanon, en dus niet buiten hen om gehandeld kan worden.

Duurzame relaties opbouwen kan volgens de planoloog Van den Eijkhof alleen aan het begin van een planproces, niet als de plannen er al liggen. Dat heeft er volgens hem toe geleid dat bedrijven zich ‘overvallen’ voelen. 'Dat overvallen is dus deels perceptie van de bedrijven. Maar dat is ook een werkelijkheid, waar de gemeente rekening mee moet houden.'

Reactie gemeente Amsterdam
Door de ligging, dichtbij het Centrum, het havengebied en in directe verbinding met Zaanstad en het Noordzeekanaalgebied, is en blijft het Haven-Stad een aantrekkelijk vestigingsgebied voor bedrijven. Het bestaande industrieel havengebied neemt hierbij een bijzondere plaats in. Om daar recht aan te doen, is in 2009 het convenant Houthavens- NDSM terrein gesloten waarin is afgesproken dat de woningbouwontwikkeling in de Houthaven en op de NDSM-werf doorgang kan vinden, maar dat voor andere gebieden in het havengebied een 'pas op de plaats' wordt gemaakt met woningbouwplannen. Tot 2029 mogen hier geen woningen gebouwd worden. In andere gebieden, zoals Sloterdijk, zijn we al begonnen met woningbouw.
Het onderzoek naar de mogelijkheden voor het aanbrengen van een versnelling van Haven-Stad naar gemengd woon-werkgebied, zoals aangekondigd in het Coalitieakkoord 2018-2022, wordt voor de zomer afgerond. Voordat het college hier een besluit over kan nemen zal er eerst nog overleg plaats vinden met de bedrijven in de Coen- en Vlothaven die partij zijn in het convenant. De verwachting is dat het college voor de zomer een besluit kan nemen over een meer uitgewerkte versnellingsstrategie. In deze strategie worden ook de consequenties van de afspraken in het convenant Houthavens-NDSM werf meegenomen; uitgangspunt hierbij is en blijft dat versnellingsvoorstellen niet leiden tot een belemmering voor de bedrijfsvoering van de betreffende bedrijven.
Overigens betekent dat niet dat we ons in de gesprekken beperken tot de convenantpartners. We gaan juist ook graag het gesprek en samenwerking aan met andere bedrijven in het Havengebied over hoe zij de ontwikkelingen voor zich zien. Daarom juichen we het nieuwe participatieplatform van ORAM toe en gaan en blijven we graag in gesprek.

Ook interessant:
Amsterdam stemt in met een wijk zo groot als Leiden
> 'Haven-Stad drukt Amsterdamse bedrijven naar de uitgang'
> Internationaal panel kritisch over Haven-Stad